Inhoud

Hoofdstuk 1

1.1 X は Y です constructie

1.2 Vraagzinnen

1.3 の constructie

Nummers

Uren

Minuten

Leeftijden

Hoofdstuk 2

2.1 これ / それ / あれ / どれ

2.2 この その あの どの

2.3 ここ / そこ / あそこ / どこ

2.4 だれの + zelfstandig naamwoord

2.5 Zelfstandig naamwoord + も

2.6 Zelfstandig naamwoord + じゃない

2.7 ~ね ~よ

Nummers

Hoofdstuk 3

3.1 Werkwoorden vervoegen

3.2 Werkwoordtypes en de tegenwoordige tijd

3.3 Partikels

3.4 Tijdreferentie

3.5 ~ませんか

3.6 Woordvolgorde

3.7 Frequentie-bijwoorden

3.8 Het partikel は

Hoofdstuk 4

4.1 Xがあります / います

4.2 Zeggen waar dingen zijn

4.3 Verleden tijd van です

4.4 Lange Verleden tijd van werkwoorden

4.5 も

4.6 一時間

4.7 たくさん

4.8 と

Hoofdstuk 5

5.1 Adjectieven

5.2 すき(な) / きらい(な)

5.3 ~もうしょう / ~ましょうか

5.4 Tellen

Hoofdstuk 6

6.1 Te-vorm

6.2 ~ください

6.3 ~てもいいです

6.4 ~てはいけません

6.5 Twee activiteiten beschrijven

6.6 ~から

6.7 ~ましょうか

Hoofdstuk 7

7.1 ~ている

7.2 Iemand omschrijven.

7.3 Te-vorm om zinnen samen te voegen

7.4 Werkwoordstam + に行く

7.5 Mensen tellen

Hoofdstuk 8

8.1 Korte vormen

8.2 Gebruik korte vormen:

8.3 ~と思います / ーと言っています

8.4 ~ないでください

8.5 Werkwoord + のが好きです

8.6 Nadruk leggen met が

8.7 何か / 何も

Hoofdstuk 9

9.1 Verleden tijd van korte vormen.

9.2 Bepalende naamwoorden met werkwoorden en adjectieven

9.3 まだ~ていません

9.4 から

Hoofdstuk 10

10.1 Vergelijking tussen 2 dingen

10.2 Vergelijking tussen 3 of meer dingen

10.3 Adjectief + naamwoord + の

10.4 ~つもりだ

10.5 Adjectief + なる

10.6 どこかに / どこにも

10.7 で

Hoofdstuk 11

11.1 ~たい

11.2 ~たり~たりする

11.3 ~ことがある

11.4 Naamwoord A + や + naamwoord B…

Hoofdstuk 12

12.1 ~んです

12.2 ~すぎる

12.3 ~ほうがいいです

12.4 ~ので

12.5 ~なければいけません / ~なきゃいけません

12.6 ~でしょう

Hoofdstuk 13

13.1 Potentialis

13.2 し

13.3 ~そうです

13.4 ~てみる

13.5 なら

13.6 一週間に三回

Hoofdstuk 14

14.1 ほしい

14.2 ~かもしれません

14.3 あげる / くれる / もらう

14.4 ~たらどうですか

14.5 Nummer + も / nummer + しか + negatief

Hoofdstuk 15

15.1 Volutionalis

15.2 Volutionalis + と思っています

15.3 ~ておく

15.4 Zinnen gebruiken om naamwoorden te bepalen


Hoofdstuk 1

1.1 X は Y です constructie

(Onderwerp) (lijdend voorwerp/gezegde) です。

じゅうにじはんです

Het is half 1.

がくせいです

Ik ben een student.

にほんごです

Mijn hoofdvak is de Japanse taal.

わたしスー・キムです

Ik ben Sue Kim.

やましたさんせんせいです

Meneer Yamashita is een leraar.

メアリーさんアメリカじんです

Mary is een Amerikaanse.

1.2 Vraagzinnen

achteraan de zin plaatsen.

りゅうがくせいです

Ben jij een internationale student?

せんこうはなんです

Wat is jouw hoofdvak?

いまなんじです

Hoe laat is het nu?

メアリーさんはなんさいです

Hoe oud ben je, Mary?

なんねんせいです

In welk collegejaar ben je?

でんわばんごうはなんです

Wat is je telefoonnummer?

1.3 の constructie

(Zelfstandig naamwoord) (zelfstandig naamwoord)

たけしさんでんわばんごう。

Het telefoonnummer van Takeshi.

だいがくせんせい。

Een professor van de universiteit.

にほんごがくせい。

Een Japanse taalstudent.

にほんだいがく。

Een Japanse universiteit.

たけしさんのおかあさんはこうこうのせんせいです。

De moeder van Takeshi is een hogeschoollerares.

Nummers

0

ゼロ ・れい

        

        

1

いち

11

じゅういち

2

12

じゅうに

3

さん

13

じゅうさん

30

さんじゅう

4

よん・し・よ

14

じゅうよん・じゅうし

40

よんじゅう

5

15

じゅうご

50

ごじゅう

6

ろく

16

じゅうろく

60

ろくじゅう

7

なな・しち

17

じゅうなな・じゅうしち

70

ななじゅう

8

はち

18

じゅうはち

80

はちじゅう

9

きゅう・く

19

じゅうきゅう・じゅうく

90

きゅうじゅう

10

じゅう

20

にじゅう

100

ひゃく

Uren

1 uur

いちじ

2 uur

にじ

3 uur

さんじ

4 uur

よじ

5 uur

ごじ

6 uur

ろくじ

7 uur

しちじ

8 uur

はちじ

9 uur

くじ

10 uur

じゅうじ

11 uur

じゅういちじ

12 uur

じゅうにじ

Half twee

じゅういちじはん

Minuten

1 minuut

いっぷん

11 minuten

じゅういっぷん

2 minuten

にふん

12 minuten

じゅうにふん

3 minuten

さんぷん

13 minuten

じゅうさんぷん

4 minuten

よんぷん

14 minuten

じゅうよんぷん

5 minuten

ごふん

15 minuten

じゅうごふん

6 minuten

ろっぷん

16 minuten

じゅうろっぷん

7 minuten

ななふん

17 minuten

じゅうななふん

8 minuten

はっぷん・はちふん

18 minuten

じゅうはっぷん・じゅうはちふん

9 minuten

きゅうふん

19 minuten

じゅうきゅうふん

10 minuten

じゅっぷん・じっぷん

20 minuten

にじゅっぷん・にじっぷん

        

30 minuten

さんじゅっぷん・さんじっぷん

Leeftijden

1 jaar oud

いっさい

2 jaren oud

にさい

3 jaren oud

さんさい

4 jaren oud

よんさい

5 jaren oud

ごさい

6 jaren oud

ろくさい

7 jaren oud

ななさい

8 jaren oud

はっさい

9 jaren oud

きゅうさい

10 jaren oud

じゅっさい・じっさい

11 jaren oud

じゅういっさい

12 jaren oud

はたち・にじゅうさい・にじさい

Hoofdstuk 2

2.1 これ / それ / あれ / どれ

Kunnen alleenstaand gebruikt worden.

これはいくらですか。

Hoeveel kost dit (hier)?

それはさんぜんえんです。

Dat (daar) is 3000 yen.

これはわたしのペンです。

Dit (hier) is mijn pen.

それはわたしのペンです。

Dat (daar) is mijn pen.

あれはわたしのペンです。

Dat (ginder) is mijn pen.

どれですか。

Welke is het?

どれがあなたのペンですか。

Welke is jouw pen?

2.2 この / その / あの / どの

Kunnen niet los gebruikt worden.

これはいくらですか。

Hoeveel is dit (hier)?

このとけいはいくらですか。

Hoeveel kost deze horloge (hier)?

そのとけいはさんぜんえんです。

Die horloge (daar) kost 3000 yen.

あのとけいはさんぜんごはきゅえんです。

Die horloge (ginder) kost 3500 yen.

どのとけいがさんぜんごひゃくえんですか。

Welke horloge kost 3500 yen?

2.3 ここ / そこ / あそこ / どこ

すみません。ゆうびんきょくはどこですか。

Excuseer. Waar is het postkantoor?

(ゆうびんきょくは)あさこです。

(Het postkantoor) is ginder.

2.4 だれの + zelfstandig naamwoord

だれの + zelfstandig naamwoord: Van wie is (ding)?

これはだれかばんですか。

Van wie is deze tas?

それはスーさんかばんです。

Het is de tas van Sue.

2.5 Zelfstandig naamwoord + も

Zelfstandig naamwoord + : Ook. A is dit. B is dat ook.

とけしさんにほんじんです。

Takeshi is een Japanner.

みちこさんにほんじんです。

Michiko is ook een Japanse.

2.6 Zelfstandig naamwoord + じゃない

X Y です negatief maken met じゃない toe te voegen aan het zelfstandig naamwoord.

やまださんはがくせいじゃないです。

Yamada is geen student.

やまださんはがくせいじゃありません

Yamada is geen student.

やまださんはがくせいではありません

Yamada is geen student.

2.7 ~ね ~よ

リーさんのせんこうはぶんがくです

Lee, jouw hoofdvak is literatuur, nietwaar?

これはにくじゃないです

Dit is geen vlees, hé?

とんかつはさかなじゃないです

Tonkatsu is geen vis, hoor!

スミスさんはイギリスじんです

Ik zeg het je, meneer Smith is Brits.

Nummers

100

ひゃく

1.000

せん

10.000

いちまん

200

にひゃく

2.000

にせん

20.000

にまん

300

さんびゃく

3.000

さんぜん

30.000

さんまん

400

よんひゃく

4.000

よんせん

40.000

よんまん

500

ごひゃく

5.000

ごせん

50.000

ごまん

600

ろっぴゃく

6.000

ろくせん

60.000

ろくまん

700

ななひゃく

7.000

ななせん

70.000

ななまん

800

はっぴゃく

8.000

はっせん

80.000

はちまん

900

きゅうひゃく

9.000

きゅうせん

90.000

きゅうまん  

Hoofdstuk 3

3.1 Werkwoorden vervoegen

Lange positieve tegenwoordige tijd en lange negatieve tegenwoordige tijd

Soort werkwoord

Ichidan

Godan

Woordenboekvorm

食べる

行く

Lange positieve tegenwoordige tijd

食べます

きます

Lange negatieve tegenwoordige tijd

食べません

きません

Stam

食べ

Onregelmatige werkwoorden:

Woordenboekvorm

する

くる

Lange positieve tegenwoordige tijd

します        

きます

Lange negatieve tegenwoordige tijd

しません

きません

Stam

        

        

3.2 Werkwoordtypes en de tegenwoordige tijd

Gebruikelijke acties:

私はよくテレビを見ます

Ik kijk vaak tv.

メアリーさんはときどき朝ご飯を食べません

Marie eet soms geen ontbijt.

Toekomstige acties:

私はあした京都に行きます

Ik ga morgen naar Kyoto.

スーさんは今日うちに帰りません

Sue zal morgen niet naar huis terugkeren.

3.3 Partikels

: lijdend voorwerp

コーヒー飲みます。

Ik drink koffie.

音楽聞きます。

Ik luister naar muziek.

テレビ見ます。

Ik kijk tv.

: plaats van actie

図書館本を読みます。

Ik zal een boek lezen in de bibliotheek.

うちテレビを見ます。

Ik zal thuis tv kijken.

: (eind)doel van beweging

私は今日学校行きません。

Vandaag ga ik niet naar school.

私はうち帰ります。

Ik zal naar huis terugkeren.

: tijd

日曜日に京都行きます。

Zondag ga ik naar Kyoto.

十一時寝ます。

Ik ga om 11 uur slapen.

ごろ: ongeveer (tijd)

十一時ごろ寝ます。

Ik zal om ongeveer 11 uur gaan slapen.

: richting / doel beweging

私は今日学校行きません。

Vandaag ga ik niet naar school.

私はうち帰ります。

Ik zal naar huis terugkeren.

3.4 Tijdreferentie

: Voor dagen van de week, numerieke tijdsuitdrukkingen (10:45) en voor maanden.

日曜日行きます。

I zal zondag gaan.

十時四十五分起きます。

Ik sta op om 10:45.

九月帰ります。

Ik zal in september teruggaan.

Geen partikel nodig voor :

あした来ます。

Ik ga morgen.

毎晩テレビをみます。

Ik kijk elke avond tv.

いつ行きますか。

Wanneer ga je?

Deze woorden mogen maar moeten niet het partikel hebben voor spreekstijl of extra nadruk.

()新聞を読みます。

Ik lees ‘s morgens de krant.

週末()何をしますか。

Wat doe je in de weekends?

3.5 ~ませんか

まっせん + = negatieve tegenwoordige tijd + vraagpartikel .

Wordt gebruikt om de zin uitnodigend te maken.

De positieve tegenwoordige tijd ます + kan enkel gebruikt worden als vraagzin en niet als uitnodiging.

昼ご飯を食べませんか

Wat denk je van samen te gaan lunchen?

いいですね。

Goed idee!

テニスをしませんか

Zullen we tennis spelen?

うーん、ちょっと。

Um, dat is een beetje (moeilijk op dit moment).

3.6 Woordvolgorde

Veel voorkomende patronen:

私は        

今日        

図書館で        

日本語を

勉強します。

thema        

tijd        

plaats        

lijdend voorwerp

werkwoord

私は        

よく        

七時ごろ

うちへ        

帰ります。

thema        

frequentie

tijd        

doel        

werkwoord

3.7 Frequentie-bijwoorden

Worden gebruikt met positieve tijd:

私はときどき喫茶店に行きます

Ik ga soms naar een koffieshop.

Worden gebruikt met negatieve tijd:

私はぜんぜんテレビを見ません

Ik kijk nooit tv.

たけしさんはあまり勉強しません

Takeshi studeert niet veel.

3.8 Het partikel は

hoeft niet altijd het onderwerp te zijn maar kan ook het thema zijn van de zin.

メアリーさん、週末たいてい何をしますか。

Marie, wat doe je meestal in het weekend?

今日京都に行きます。

Ik ga vandaag naar Kyoto.

In deze zinnen wordt de tijd benadrukt:

kan ook gebruikt worden als onvolledige zin die de luisteraar kan aanvullen.

晩ご飯

Wat dacht je van avondeten?

食べません。

Ik zal niet eten.

Hoofdstuk 4

4.1 Xがあります / います

Xがあります wil zeggen “er is X” maar het wordt enkel gebruikt voor niet-levende dingen.

あそこにマクドナルドあります

Er is ginder een McDonalds.

ある / あります krijgt meestal het に partikel.  De omschrijving krijgt meestal partikel が in plaats van は.

Je kan ある / あります gebruiken om te zeggen dat je iets hebt of bezit:

テレビありません

Ik heb geen TV.

時間ありますか。

Heb je tijd?

Je kan ある / あります gebruiken om te zeggen dat iets gaat gebeuren:

火曜日にテストあります

Er zal dinsdag een examen zijn.

あしたは日本語のクラスありません

Er zal morgen geen Japanse klas zijn.

Xがいます wil ook zeggen “er is X” maar wordt enkel gebruikt voor levende mensen, dieren en andere wezens.

あそこに留学生います

Er is ginder een internationale student.

Je kan います ook gebruiken om te zeggen dat je vriend, broers, zussen, enzovoorts hebt.

日本人の友だちいます

Ik heb een Japanse vriend.

(plaatsに)

dingが

persoonが

あります

います

Er is / Er zijn

4.2 Zeggen waar dingen zijn

Vragen met どこ:

マクドナルドはどこですか。

Waar is de McDonalds?

マクドナルドは

あそこ

そこ

ここ

です。

McDonalds is

ginder.

daar (bij jou).

hier.

XはYの前です: X is (aanwezig) voor Y

(マクドナルドは)あのデパートの前です。

(McDonalds) is voor het warenhuis.

XはYは

みぎ

です

X is

rechts van

ひだり

links van

まえ

voor

うしる

achter

なか

in

うえ

op

した

onder

ちかく

in de buurt van

となり

naast

Xは

YとZの

あいだ

です。

X is tussen Y en Z.

銀行図書館となりです。

De bank is naast de bibliotheek.

かさテーブルです。

De paraplu is onder de tafel.

レストランデパート病院です。

Het restaurant is tussen het warenhuis en het hospitaal.

Als je de plaats van de actie wil aanduiden heb je het partikel で nodig:

私はモスバーガーの前でメアリーさんを持ちました。

Ik wachtte op Marie voor de Mos Burger.

4.3 Verleden tijd van です

positief

negatief

tegenwoordige tijd

~です

~じゃないです

verleden tijd

~でした

~じゃなかったです

山下先生はさくら大学の学生でした

Professor Yamashita was een student aan de Sakura-universiteit.

あれは日本の映画じゃなかったです

Dat was geen Japanse film.

4.4 Lange Verleden tijd van werkwoorden

positief

negatief

tegenwoordige tijd

~ます

~ません

verleden tijd

~ました

~ませんでした

メアリーさんは九時ごろうちに帰りました

Marie ging om ongeveer 9 uur naar huis.

私はきのう日本語を勉強しませんでした

Ik studeerde gisteren niet/geen Japans.

4.5 も

も kan niet alleen gebruikt worden voor dingen die gelijkwaardig zijn maar ook voor mensen die dezelfde activiteit doen.

私はきのう京都に行きました。

Ik ging gisteren naar Kyoto.

山下先生きのう京都に行きました。

Ook professor Yamashita ging gisteren naar Kyoto.

Of wanneer iemand 2 of meer dingen koopt, eet, ziet…

メアリーさんはくつを買いました。

Marie kocht schoenen.

メアリーさんはかばん買いました。

Marie kocht ook een tas.

Je kan も gebruiken als je naar 2 plaatsen gaat of dingen doet op 2 verschillende gelegenheden, enzovoorts:

私は先週京都に行きました。

Ik ging naar Kyoto vorige week.

大崎にも行きました。

Ik ging ook naar Osaka.

ロバートさんは土曜日にパーティーに行きました。

Robert ging zaterdag naar een feestje.

日曜日にもパーティーに行きました。

Zondag ging hij ook naar een feestje.

4.6 一時間

Duurtijd heeft geen partikel nodig:

メアリーさんはそこでたけしさんを一時間待ちました。

Marie wachtte daar een uur lang op Takashi

ぐらい wil zeggen “ongeveer”:

私はきのう日本語を三時間ぐらい勉強しました。

Ik studeerde ongeveer 3 uur lang Japans elke dag.

Om een halfje toe te voegen:

きのう七時間半寝ました。

Ik sliep gisteren zeven en een half uur lang.

4.7 たくさん

De plaat van たくさん (veel):

私は京都で

写真をたくさん

たくさん写真を

取りました。

Ik nam veel fotos’ in Kyoto.

野菜をたくさん

たくさん野菜を

食べました。

Ik at veel groenten.

4.8 と

Het partikel と kan gebruikt worden om twee naamwoorden te verbinden:

日本語英語を話します。

Ik spreek Japans en Engels.

京都大佐かに行きました。

Ik ging naar Kyoto en Osaka.

Het partikel と kan ook gebruikt worden om te omschrijven dat je samen met iemand iets doet:

メアリーさんはスーさん韓国に行きます。

Marie zal samen met Sue naar Korea gaan.

Hoofdstuk 5

5.1 Adjectieven

い-adjectieven:

おもしろ映画を見ました。

Ik zag gisteren een interessante film.

山下先生はこわ先生です。

Professor Yamashita is een enge leraar.

な-adjectieven:

京都できれい写真を撮りました。

Ik nam een mooie foto in Kyoto.

山下先生は元気先生です。

Leraar Yamashita is een gezonde leraar.

い-adjectieven:

tijd

positief

negatief

tegenwoordige

さむいです

Het is koud.

さむかないです・さむくありません

Het is niet koud.

verleden

さむかったです

Het was koud.

さむくなかったです・さむくありませんでした

Het was niet koud.

ないです is vriendschappelijker, ありません is beleefder.

いい (uitzondering):

tijd

positief

negatief

tegenwoordig

いいです

よくないです・よくありません

verleden

よかったです

よくなかったです・よくありませんでした

Samenstellingen met いい zoals かっこういい volgen hetzelfde patroon.

な-adjectieven

tijd

positief

negatief

tegenwoordig

元気です

Ze is gezond.

元気じゃないです・元気じゃありません

Ze is niet gezond.

verleden

元気でした

Ze was gezond.

元気じゃなかったです・元気じゃありませんでした

Ze was niet gezond.

“Heel erg / veel” en “een beetje”

沖縄の海はとてもきれいでした。

De zee was erg mooi in Okinawa.

この部屋はちょっと暑いです。

Deze kamer is een beetje heet.

5.2 すき(な) / きらい(な)

XはYが好きです。

X heeft graag Y.

XはYがきらいです。

X heeft niet graag Y.

ロバートさんは日本語のクラスが好きです。

Robert heeft graag de Japanse klassen.

山下先生は魚がきらいです。

Professor Yamashita heeft niet graag vis.

“Heel erg graag” / “Helemaal niet graag”

たけしさんはコーヒーが大好きです。

Takeshi heeft heel er graag koffie.

キムさんはなっとが大嫌いです。

Mevrouw Kim haat natto.

Neutraal en / of geen mening.

好きでもきらいでもないです。

Ik ben niet voor of tegen.

Bijvoegelijk

これは私の好きな本です。

Dit is mijn favoriete boek.

5.3 ~もうしょう / ~ましょうか

Suggestie. “Laten we X doen”.

一書に都市間で勉強しましょう。

Laten we samen in de bibliotheek studeren.

喫茶店でコーヒーを飲みましょう。

Zullen we iets drinken in een koffieshop?

5.4 Tellen

Er zijn verschillende counters voor verschillende soorten dingen.

Zinsvolgorde:

リーさんは

切符

三枚

買いました。

Lee kocht 3 postzegels.

object

aantal

Hoofdstuk 6

6.1 Te-vorm

Te-vorm wordt gebruikt om:

Ichidan werkwoorden:

食べる

食べて

Godan u / tsu / ru

godan-u

会う

会って

godan-tsu

待つ

待って

godan-ru

とる

とって

Godan mu / bu / nu

godan-mu

読む

読んで

godan-bu

遊ぶ

遊んで

godan-nu

死ぬ

死んで

Godan ku (uitgezonderd 行く)

godan-ku

書く

書いて

Godan gu

godan-gu

泳ぐ

泳いで

Godan su

godan-su

話す

話して

Uitzonderingen 行く / する / くる

行く

いって

する

して

くる

きて

6.2 ~ください

Je kan ください gebruiken om een beleefd verzoek te doen. “Kan je alstublieft X doen voor mij?”

教科書を読んでください

Lees het tekstboek aub.

すみません。ちょっと教えてください

Leer het mij aub.  (Ik heb je advies nodig.)

6.3 ~てもいいです

教科書を見てもいいですか

Mag ik het tekstboek zien?

はい、見てもいいですよ。

Ja hoor (,zien is ok).

いいですよ。

Ja het is goed.

どうぞ。

Alstublieft. (Hier is het.)

6.4 ~てはいけません

Een verbale te-vorm + はいけません is een sterk verbod. “Je mag niet…”. (Regels en voorschriften.)

ここで写真を撮ってはいけません

Hier mag je geen foto’s nemen.

Als iemand iets vraagt en je wil het niet toestaan kan je てはいけません gebruiken maar dit is nogal brutaal.  In les 8 leren we “Gelieve niet…”.

6.5 Twee activiteiten beschrijven

Je kan twee zinnen die een activiteit omschrijven aan elkaar plakken met て. Het laatste werkwoord bepaalt de tijd.

ノートを借り、コピーします。

Ik leen het notitieboek en neem er een fotokopie van.

今日は、六時に起き、勉強しました。

Ik stond vandaag op om 6u en studeerde.

食堂に行っ、昼ご飯を食べましょう。

Laten we naar de cafetaria geen en lunchen.

Omschrijven hoe iets gebeurt:

バスに乗っ、会社に行きます。

Ik ga naar het werk met de bus.

Verontschuldiging uitleggen:

教科書を忘れ、すみません。

Ik ben het tekstboek vergeten, het spijt me.

6.6 ~から

Een zin die eindigt met から legt het waarom uit van het eerste deel van de zin.

(situatie)。(uitleg)から。

私は今晩勉強します。

あしたテストがありますから

Ik zal studeren deze avond.

Omdat er morgen een test is.

バスに乗りましょう。

タクシーは高いですから

Laten we met de bus gaan.

Omdat taxi’s duur zijn.

6.7 ~ましょうか

ましょうか:

(私が)やりましょうか

Ik zal het doen.

荷物を持ちましょうか

Zal ik je tas dragen? Laat me je tas dragen.

Hoofdstuk 7

7.1 ~ている

Een verbale te-form gevolgd door いる kan betekenen:

Er kunnen 3 soorten werkwoorden gebruikt worden:

Werkwoorden die een activiteit omschrijven die een tijd duurt komen het meeste voor:

スーさんは今勉強しています

Sue is nu aan het studeren.

たけしさんは英語の本を読んでいます

Takeshi is een engelstalig boek aan het lezen.

Werkwoorden die een continue toestand omschrijven:

私ほ英語を教えています

Ik onderwijs de Engels.

Ik onderwijs nu de Engels.

メアリーさんは毎日日本語を勉強しています

Marie studeert elke dag Japans.

(Marie is elke dag Japans aan het studeren.)

Werkwoorden die een verandering van een toestand in een andere toestand omschrijven:

山下先生は結婚しています

Professor Yamashita is getrouwd.

みちこさんは窓の近くに座っています

Michiko zit bij het raam.

(Michiko is bij het raam gaan zitten.)

Meer voorbeelden van veelgebruikte werkwoorden met ~ている:

待つ

持っている

hebben

スーすんはお金をたくさん持っています

Sue heeft veel geld.

知る

知っている

weten

山下先生は母を知っています

Professor Yamashita kent mijn moeder.

太る

太っている

dik zijn

トムさんちょっと太っています

Tom is heeft een beetje overgewicht.

やめる

やせている

mager zijn

私の弟はとてもやせています

Mijn jongere broer is heel mager.

着る

着ている

dragen

メアリーさんはTシャツを着ています

Marie draagt een T-shirt.

起きる

起きている

wakker zijn

お父さんは起きています

Vader is opgestaan en wakker.

住む

住んでいる

wonen in

家族は東京に住んでいます

Mijn familie woont in Tokyo.

勤める

勤めている

werken voor

私の姉は日本の会社に勤めています

Mijn oudere zus werkt voor een Japans bedrijf.

行く en 来る behoren tot deze groep.  Deze werkwoorden met ~ている leggen vroegere bewegingen uit niet huidige bewegingen:

中国に行っています

Iemand is in China geweest.

Iemand is in China.

Niet: Iemand gaat naar China.

うちに来ています

Iemand is op bezoek geweest.

Niet: Iemand komt op bezoek.

~ている gebruikt het werkwoord いる en dat is een ichidan werkwoord. Dus de lange vervoegingen zijn:

食べている

positief

negatief

tegenwoordig

食べています

Hij is aan het eten.

食べていません

Hij is niet aan het eten.

verleden

食べていました

Hij was aan het eten.

食べていませんでした

Hij was niet aan het eten.

7.2 Iemand omschrijven.

Om iemand met lang haar te omschrijven kan je zeggen:

トムさんの髪は長いです。

Het haar van Tom is lang.

Maar het is beter om te zeggen:

トムさんは長いです。

Tom heeft lang haar.

Algemeen:

Aさんは

大きい

小さい

かわいい

背が高い

is groot / lang

背が低い

is klein / kort

頭がいい

slim

7.3 Te-vorm om zinnen samen te voegen

Te-vorm van adjectieven en naamwoorden:

い-adjectieven

安い

くて

onregelmatig

いい

くて

な-adjectieven

げんき(な)

元気

naamwoord + です

日本人です

日本人

あの店の食べモネは安く、おいしいです。

Het eten in dat restaurant is goedkoop en lekker.

ホテルはきれい、よかったです。

Het hotel was proper en we vonden het goed.

山下先生は日本人、五十歳ぐらいです。

Professor Yamashita is Japans en ongeveer 50 jaar oud.

7.4 Werkwoordstam + に行く

Als iemand zich verplaatst met als doel iets te doen:

bestemming beweging

doel van beweging

行く

来る

帰る

Doel van beweging gebruikt de masu-stam van het werkwoord:

werkwoord

masu-stam

食べる

食べ(ます)

読む

読み(ます)

デパートにカバンを買い行きました

Ik ging naar het warenhuis om een tas te kopen.

メアリーさんは日本に日本語を勉強し来ました

Marie kwam naar Japan om Japans te studeren.

7.5 Mensen tellen

ひとり

一人

1 persoon

ふたり

二人

2 personen

さんにん

三人

3 personen

よにん

四人

4 personen

ごにん

五人

5 personen

ろくにん

六人

6 personen

しちにん・ななにん

七人

7 personen

はちにん

八人

8 personen

きゅうにん

九人

9 personen

じゅうにん

十人

10 personen

(personen)

van die soort

X-人

zoveel

います

er zijn.

私のクラスに(は)スウェーデン人の学生一人います

Er is 1 zweedse student in mijn klas.

Hoofdstuk 8

8.1 Korte vormen

tegenwoordige positieve tijd

korte vorm

lange vorm

werkwoorden

よむ

読みます

い-adjectieven

かわいい

かわいいです

な-adjectieven

静かだ

静香です

naamwoord + です

学生だ

学生です

tegenwoordige negative tijd

korte vorm

lange vorm

werkwoorden

読まない

読みません

い-adjectieven

かわいくない

かわいくないです

な-adjectieven

静かじゃない

静かじゃないです

naamwoord + です

学生じゃない

学生じゃないです

Regels:

werkwoorden en い-adjectieven

woordenboekvorm

な-adjectieven en naamwoorden + です in positieve tijd

vervang です met だ

い-adjectieven en naamwoorden + です in negatieve tijd

laat です weg achter ない

onregelmatig

tegenwoordige tijd

verleden tijd

adjectief

いい

よくない

Negatieve korte vormen van werkwoorden:

Ichidan: laatste る weghalen en ない toevoegen.

ichidan -iru en -eru

食べる

たべない

Godan: laatste う weghalen, verander de laatste klinker in あ en ない toevoegen. Bij godan-u わ toevoegen ipv alleen あ.

godan-ku

書く

書かない

godan-su

話す

話さない

godan-tsu

待つ

待たない

godan-nu

死ぬ

死なない

godan-mu

読む

読まない

godan-ru

作る

作らない

godan-gu

泳ぐ

泳がない

godan-bu

呼ぶ

呼ばない

godan-u

買う

買わない

Onregelmatig en uitzondering:

する

しない

くる

こない

ある

ない

Korte vormen worden onder andere gebruikt in:

8.2 Gebruik korte vormen:

Wat voor muziek beluister je?

どんあ音楽を聞く

Marie is tweedejaars.

メアリーさんは二年生

メアリーさんは二年生

8.3 ~と思います / ーと言っています

Korte vorm gebruiken om gedachten of meningen te citeren.

スーさんは、あした試験があると言っていました

Sue zei dat er morgen een examen zal zijn.

(私は)たけしさんはメアリーさんが好きだと思います

Ik denk dat Takeshi Marie graag ziet.

8.4 ~ないでください

Om iemand te vragen iets niet te doen: negatieve korte vorm + でください.

ここで写真を撮らないでください

Gelieve hier geen foto’s te nemen.

8.5 Werkwoord + のが好きです

Om te omschrijven dat iemand iets graag heeft of doet:

(私は)日本語を勉強するのが好きです

Ik hou van het studeren van de Japanse taal.

(私は)部屋を掃除するのがきらいです

Ik hou niet van het schoonmaken van mijn kamer.

Goed zijn in iets (~が上手です) en slecht zijn in iets (~が下手です):

ロバートさんは料理を作るのが上手です

Robert is goed in het koken van eten.

たくしさんは英語を話すのが下手です

Takeshi is niet goed in het spreken van Engels.

persoon は activiteit

のが

好き

きらい

上手

下手

です。

doet graag

doet niet graag

is goed in

is slecht in

8.6 Nadruk leggen met が

ロバートさん沖縄行きました。

ROBERT ging naar Okinawa.

このクラスおもしろいですか。

Welke klas is (het meeste) interessant?

日本語のクルスおもしろいです。

De Japanse taalklas is het interessants.

(このクルスで)だれめがねをけけていますか。

Wie draagt een bril (in deze klas)?

山下先生めがねをかけています。

Professor Yamashita draagt een bril.

8.7 何か / 何も

猫は何か持っていました。

De kat heeft iets gebracht.

猫は何か食べました。

Heeft de kat iets gegeten?

いいえ、猫は何も食べませんでした

Nee de kat heeft niets gegeten.

Hoofdstuk 9

9.1 Verleden tijd van korte vormen.

verleden positieve tijd

korte vorm

werkwoorden

読んだ

い-adjectieven

かわいかった

な-adjectieven

静かだった

naamwoord + です

学生だった

verleden negative tijd

korte vorm

werkwoorden

読まなかった

い-adjectieven

かわいくなかった

な-adjectieven

静かじゃなかった

naamwoord + です

学生じゃなかった

onregelmatigheden:

verleden positief

verleden negatief

行く

行った

いい

よかった

よくなかった

Vriendschappelijke conversaties:

晩ご飯、食べた

Heb je al avondeten gehad?

うん、食べた

Uh-huh, al gegeten.

Gequoteerde of geciteerde uitspraken:

Tijden veranderen niet in citaten en worden letterlijk vertelt.

スーさんは高校の時めがねをかけていたと言っていました。

Sue zei dat ze een bril droeg (gedragen heeft) in de hoge school.

(私は)トムさんがやったと思います。

Ik denk dat Tom het gedaan heeft.

9.2 Bepalen naamwoorden met werkwoorden en adjectieven

Je kan een korte vorm gebruiken om een naamwoord te bepalen.

あそこで本を読んでいる学生はみちこさんです。

De student, die daar het boek aan het lezen is, is Michiko.

Adjectieven en werkwoorden gebruikt om te bepalen

naam-woord

おもしろい

een persoon die interessant is

髪が長い

een persoon die lang haar heeft

めがねをかけている

een persoon die een bril draagt

猫が好きな

een persoon die graag katten heeft

あそこで写真を撮っている人(はでれですか)。

(Wie is) de persoon die ginder foto’s aan het nemen is?

毎日運動をする人(は元気です)。

Mensen die elke dag fysieke oefeningen doen (zijn gezond).

たばこを吸わない人(が好きです)。

(Ik heb graag) mensen die niet roken.

去年結婚した友だち(から手紙が来ました)。

(Er kwam een brief van) een vriend die vorig jaar getrouwd is.

9.3 まだ~ていません

もう: “reeds”, “al”

私はきのう宿題をしました。

Ik maakte het huiswerk gisteren.

私はもう宿題わしました。

Ik heb het huiswerk al gedaan.

まだ: “nog niet”, werkt hetzelfde als もう maar de tijd wordt negatief.

まだ~ていません: “nog niet … gedaan”

私はきのう宿題をしませんでした。

Ik heb het huiswerk gisteren niet gemaakt.

私はまだ宿題をしていません

Ik heb het huiswerk nog niet gemaakt.

Deze ている kan gebruikt worden met veranderingen en activiteiten:

スーさんはまだ起きていません

Sue is nog niet opgestaan.

私はまだ昼ご飯を食べていません

Ik heb nog geen lunch gegeten.

9.4 から

Je hoeft geen aparte zinnen te maken om から te gebruiken.

あした試験があるから、私は今晩べんきょうします。

Ik zal deze avond studeren, want er zal morgen een examen zijn.

Er zal morgen een examen zijn dus zal ik deze avond studeren.

寒かったから、出かけませんでした。

We zijn niet uitgegaan want het was koud.

Het was koud, daarom zijn we niet uitgegaan.

Je kan de korte en lange vorm gebruiken voor から maar de lang vorm is, vooral om iets te vragen, beleefder.

かぶきの切符がありますから、一書に見に行きましょう。

Laten we gaan om Kabuki te gaan zien want ik heb tickets.

Hoofdstuk 10

10.1 Vergelijking tussen 2 dingen

Uitspraak / Verklaring

Aのほうが

A is meer

Bより

dan B

(eigenschap)

中国のほうが日本よりおおきいです。

China is groter dan Japan.

Vraag

AとBと

Tussen A en B

どちら / どっち

welke

のほうが

is meer

(eigenschap)?

バスと電車とどっちのほうが安いですか?

Wat is goedkoper, (met de) bus of trein?

10.2 Vergelijking tussen 3 of meer dingen

(groep van dingen)

の中で

in die groep

Aがいちばん

is A het meeste

eigenschap

ロシアフランス日本の中でどこがいちばん寒いですか。

Tussen Rusland, Frankrijk en Japan, welk land heeft het koudste klimaat?

ロシアいちばん寒いと思います。

Ik denk dat Rusland het koudste is.

季節の中でいついちばん好きですか。

Welk seizoen vind jij het leukste?

いちばん好きです。

Ik vind de herfst het leukste.

10.3 Adjectief + naamwoord + の

Adjectief + の gebruiken om herhaling te voorkomen.

私は黒いセーターを持っています。赤いも持っています。

Ik heb een zwarte sweater.  Ik heb er ook een rode.

安い辞書を買いに行きました。でもいいがありませんでした。

Ik ging om een goedkoop woordenboek te kopen.  Maar er waren er geen goede.

Naamwoord + の gebruiken om herhaling te voorkomen.

これはスーさんのかばんですか。いいえ、それはメアリーさんです。

Is dit de tas van Sue?  Nee, die daar is van Marie.

アメリカのアイスクリームのほうが日本よりおいしいです。

Amerikaanse ijsjes zijn lekkerder dan Japanse.

10.4 ~つもりだ

Een positief kort werkwoord gevolgd door つもりだ drukt uit wat iemand van plan is te doen.  Als een negatief kort werkwoord gevolgd wordt door つもりだ dan drukt het uit wat iemand niet van plan is te doen of niet wil doen.

werkwoord (positieve korte vorm) + つもりだ

(Ik) ben van plan om ...

(私は)週末にたけしさんとテニスをするつもりです

Ik ben van plan om met Takeshi te gaan tennissen dit weekend.

山下先生はあした大学に来ないつもりです

Professor Yamashita is niet van plan naar school te komen morgen.

お寺を見に行くつもりでしたが、天気がよくなかったから、行きませんでした。

We wilden een tempel bezoeken maar dat deden we niet omdat het weer niet goed was.

10.5 Adjectief + なる

なる: “worden”

い-adjectieven

暖かい

暖かなる

warm(er) worden

な-adjectieven

静か(な)

静かなる

stil(ler) worden

naamwoordev

会社員

会社員なる

bedrijfsmedewerken worden

日本語の勉強が楽しなりました

De japanse taal studeren is leuk geworden.  (Vroeger was het niet leuk.)

日本語の勉強が好きなりました

Ik ben het studeren van de Japanse taal leuk beginnen vinden.

Om duidelijk te maken of de verandering onmiddellijk of nog bezig is moet je de zin verduidelijken.

メアリーさんは前より日本語が上手なりました

Marie is beter in Japans geworden dan vroeger.

10.6 どこかに / どこにも

何か

iets

だれか

iemand

どこか

ergens

なにも

niets

だれも

niemand

どこも

nergens

に, へ, で komen voor も

どこか行きました

Ging je ergens naar toe?

いいえ、どこへも行きませんでした。

Nee, ik ben nergens heen gegaan.

だれか会いましたか。

Heb je iemand ontmoet?

いいえ、だれにも会いませんでした。

Nee, ik heb niemand ontmoet.

何かしましたか。

Heb je iets gedaan?

いいえ、何もしませんでした。

Nee, ik heb niets gedaan.

10.7 で

Je kan で gebruiken om uit te leggen hoe, waar of waarmee iets gedaan wordt.

はしご飯を食べます。

We eten onze maaltijd met stokjes.

日本語話しましょう。

Laten we in het Japans praten.

バス駅まで行きました。

Ik ging naar het station met de bus.

テレビ映画を見ました。

Ik zag een film op tv.

Hoofdstuk 11

11.1 ~たい

Je kan たい toevoegen aan de stam van een werkwoord om je wil, hoop of streven uit te drukken. たい gebruikt partikel を of が.

今度の週末は、映画を見たいです。

映画が見たいです。

Ik wil een film zien dit weekend.

Ik wil een film zien.

いつか中国に行きたいです。

Ik wil ooit eens naar China gaan.

stam werkwoord

+ たいです

ik wil …

たい vervoegt zich als een い-adjectief

あの人には会いたくないです。

Ik wil die persoon niet zien.

セーターが買いたかったから、デパートに行きました。

Ik ging naar het warenhuis omdat ik een sweater wou kopen.

Je kan ~たい niet rechtstreeks gebruiken om de wens van een ander uit te drukken.  Je kan andere citeren:

メアリーさんはチベットに行きたいと言っていました

Marie heeft gezegd dat ze naar Tibet wil gaan.

Om de wil van anderen uit te drukken hebben we たがっている nodig.  Enkel het partikel を is hier toegestaan.

メアリーさんは着物を着たがっています。

Het ziet er naar uit dat Marie een kimono wil dragen.

Ik wil iets doen / Wil jij iets doen?

Anderen willen doen

stam werkwoord + たいです

stam werkwoord + たがっています

たい vervoegt zich als い-adjectief

たがる vervoegt als een godan werkwoord

partikel が of を

enkel partikel を

11.2 ~たり~たりする

Deze zin suggereert dat winkelen en dineren het enige is dat je gaat doen.

大阪で買い物をし、晩ご飯を食べます。

In Osaka zal ik winkelen en avondmaal eten.

大阪で買い物をしたり、晩ご飯を食べたりします

In Osaka zal ik onder andere winkelen en avondmaal eten.

activiteit A + たり activiteit B + たりする

Dingen doen zoal A en B.

週末は、勉強したり、友だちと話したりしました

Tijdens het weekend studeerde ik en praatte met vrienden, enzovoorts...

踊ったり、音楽を聞いたりするのが好きです。

Ik hou van dansen, muziek luisteren, enzovoorts...

11.3 ~ことがある

Een verleden korte vorm van een werkwoord omschrijft een ervaring die iemand vroeger had of iets dat vroeger gebeurd is.

富士山に登ったことがあります

Ik heb de ervaring gehad van de Fuji Berg te beklimmen.

たけしさんは授業を休んだことがありません

Takeshi is nog nooit afwezig geweest van de klas.

Een vraag met ことがある kan je met Ja of Nee beantwoorden of de hele zin herhalen maar enkel ことがある kan je niet als zin gebruiken.

ヨーロッパに行ったことがありますか。

Ben je al eens naar Europa geweest?

はい、行ったことがあります

はい、あります。

Ja, ik ben er geweest.

11.4 Naamwoord A + や + naamwoord B…

や verbindt naamwoorden op een niet beperkende manier.

A  B

A en B, bijvoorbeeld (maar er zijn meer mogelijkheden)

京都奈良に行きました。

Ik ging onder andere naar Kyoto en Nara (maar misschien ook naar andere plaatsen).

Hoofdstuk 12

12.1 ~んです

んです na de korte vorm van een werkwoord om iets uit te leggen:

バスが来なかったんです

De bus kwam niet… (en daarom ben ik te laat.)

あしたテストがあります。

Ik heb morgen een examen. (feit)

あしたテストがあるんです

Ik heb morgen een examen…

(en daarom kan ik niet uitgaan.)

トイレに行きたいです。

Ik wil naar het toilet gaan. (wens)

トイレに行きたいんです

Ik wil naar het toilet gaan...

(dus vertel me waar het is.)

Waarom ben je van streek?

Omdat mijn punten niet goed zijn.

成績がよくないんです

Waarom ben je aan het glimlachen?

Omdat het examen voorbij is.

試験が終わったんです

feiten

uitleg

な-adjectieven

静香です

静かなんです

naamwoorden

学生です

学生なんです

んです gebruiken om een reactie uit te lokken of uitleg te vragen.  Vaak in combinatie met どうして (waarom) en どうした (wat is er gebeurd).

どうして別れたんですか。

Waarom heb je het uitgemaakt met je vriend?

(Vertel het mij!)

彼、ぜんぜんお古に入らないんです

Oh, hem.  Hij neemt nooit een bad.

(Reden genoeg, niet waar?)

どうしたんですか。

Wat is er gebeurd?

(Je ziet er geschokt uit!)

猫が死んだんです

Mijn kat is gestorven.

(Daarom zie ik er zo uit!)

んです om meer informatie toe te voegen aan de conversatie.

とてもいい教科書ですね。

Dat is een heel goed tekstboek, nietwaar?

ええ。私の大学の先生が書いたんです

Ja, professoren aan mijn universiteit hebben het geschreven (ter info).

In geschreven taal komt のです voor in plaats van んです。Het is formeler.

12.2 ~すぎる

De stam van een werkwoord gebruiken om aan te geven dat er te veel van iets is. すぎる vervoegt zich als een ichidan werkwoord.

早く起きすぎました

Ik stond te vroeg op.

食べすぎてないけません。

Je mag niet te veel eten.

Voor い-adjectieven en な-adjectieven laat je de laatste い of な vallen en voeg je すぎる toe.

高い

この本は高すぎます

Dit boek is te duur.

静か

この町は静かすぎます

Deze gemeente is te stil.

Het gebruik van すぎる suggereert dat iets niet goed of normaal is.  Dus “te vriendelijk” met すぎる is geen compliment.  Daarvoor dienen woorden zoals とても en すごく.

12.3 ~ほうがいいです

~ほうがいいです+positief verleden tijd: Je zou beter X doen.

~ほうがいいです+negatieve tegenwoordige tijd: Je zou beter X niet doen.

もっと野菜を食べほうがいいですよ。

Je zou beter meer groenten eten.

授業を休まないほうがいいですよ。

Het is beter niet afwezig te zijn van de lessen.

12.4 ~ので

ので geeft een reden aan net zoals から.  ので is iets formeler.

(reden) ので (situatie)。

(situatie), want (reden).

いつも日本語で話すので、日本語が上手になりました。

Mijn Japans is beter geworden omdat ik altijd in het Japans spreek.

宿題がたくさんあったので、きのうの夜、寝ませんでした。

Ik sliep niet vorige nacht want ik had veel huiswerk.

Zoals bij んです komt er een korte vorm voor ので en bij な-adjectieven of een naamwoord komt er な tussen.

その人はいじわるので、きらいです。

Ik heb die persoon niet graag want hij is gemeen.

今日は日曜日ので、銀行は休みです。

De banken zijn gesloten want vandaag is het (een) zondag.

12.5 ~なければいけません / ~なきゃいけません

Formeel なければいけません en informeel gesproken なきゃいけません geven aan dat iets nodig is of moet.

試験があるから、勉強しなければいけません

試験があるから、勉強しなきゃいけません

Ik moet studeren want er zal een examen zijn.

食べる

食べない

食べなければいけません

たべなきゃいけません

言う

言わない

言わなければいけません

言わなきゃいけません

する

しない

なければいけません

なきゃいけません

くる

こない

なければいけません

なきゃいけません

いけませんでした en なきゃいけない (korte vorm) in vriendschappelijke conversatie en なければいけない in geschreven taal vertellen dat je iets had moeten doen.

けさは、六時におきなきゃいけませんでした

Ik moest ‘s morgens om 6 uur opstaan.

lange

verleden tijd

毎日、練習しなきゃいけないんです。

(Het is zo dat,) ik elke dag moet oefenen.

korte tegenwoordige

tijd

12.6 ~でしょう

でしょう duidt op een gissing of een voorspelling.

でしょう volgt op werkwoorden en い-adjectieven in de korte positieve en negatieve vorm.

Werkwoorden:

あしたは雨が降るでしょう

Morgen zal het waarschijnlijk regenen.

あしたは雨が降らないでしょう

Morgen zal het waarschijnlijk niet regenen.

い-adjectieven:

北海道は寒いでしょう

Het is waarschijnlijk koud in Hokkaido.

北海道は寒くないでしょう

Het is waarschijnlijk niet koud in Hokkaido.

な-adjectieven:

山下先生は魚が好きでしょう

Professor Yamashita heeft waarschijnlijk graag vis.

山下先生は魚が好きじゃないでしょう

Professor Yamashita heeft waarschijnlijk niet graag vis.

Naamwoorden:

あの人はオーストラリア人でしょう

Die persoon is waarschijnlijk Australiër.

あの人はオーストラリア人じゃないでしょう

Die persoon is waarschijnlijk geen Australiër.

Je kan met でしょうか vragen naar een mening of gissing.

日本語と韓国語と、どっちのほうがむずくしいでしょうか

Wat zou er moeilijke zijn, Japans of Koreaans?

De korte vorm van でしょう is だろう.

Je kan met でしょう voorzichtig een voorspelling doen:

たけしさんは興味があるだろうと思います。

Om na te gaan of je gesprekspartner hetzelfde denkt:

ジョン、中国語がわかるでしょ?これ、読んで。

John, jij begrijpt Chinees, nietwaar? Kan je dit voorlezen?

Hoofdstuk 13

13.1 Potentialis

Om te zeggen dat iemand iets kan, het vermogen heeft om of om te zeggen dat iets mogelijk is.

Ichidan werkwoorden: laatste る wordt られる:

ichidan -iru en -eru

見る

られる

Godan werkwoorden: laatste う-klank wordt える

godan-ku

行く

ける

godan-su

話す

せる

godan-u

買う

える

godan-gu

泳ぐ

げる

godan-bu

遊ぶ

べる

godan-tsu

待つ

てる

godan-mu

読む

める

godan-nu

死ぬ

ねる

godan-ru

取る

れる

Onregelmatig

くる

こられる

する

できる

Alle potentialissen zijn ichidan-werkwoorden.

私は日本語が話せます

Ik kan Japans spreken.

私は泳げないんです。

(Eerlijk gezegd) ik kan niet zwemmen.

雨が降ったので、海に行けませんでした

We konden niet naar zee want het regende.

13.2 し

Om een reden te geven kan je から gebruiken.

どうしてパーティーに来ないんですか。

Waarom kom je niet naar het feestje?

あした試験があるから、今日は勉強しなきゃいけないんです。

Ik moet morgen studeren want er zal een examen zijn morgen.

Als je meer dan 1 reden wil geven kan je shi gebruiken voor elke reden.

(reden1)し、(reden2)し、situatie.

日本語はおもしろい、先生はいい、私は日本語の授業が大好きです。

Ik hou van de Japanse lessen omdat de taal is interessant is en omdat de leraar goed is.

友だちが遊びに来た、彼と電話で話した、きのうはとてもいい日でした。

Gisteren was een heel goede dag, een vriend kwam langs om plezier te maken en ik sprak met mijn vriend aan de telefoon.

国に帰りたいですか。

Wel je teruggaan naar je land?

いいえ、日本の生活は楽しい、いい友だちがいる、帰りたくないです。

Nee, omdat het leven in Japan goed is en omdat ik goede vrienden heb daarom wil ik niet teruggaan.

Je kan 1 enkele し gebruiken om te laten uitschijnen dat het niet de enige reden is.

物価が安い、この町の生活は楽です。

Het leven is hier aangenaam. 1 reden is dat dingen hier goedkoop zijn.

し kan volgen op de beschrijving van een situatie.

山下先生はいい先生です。教えるのが上手、親切

し komt na de korte vorm van een werkwoord.  In de tegenwoordige tijd komt er bij な-adjectieven en naamwoorden だ tussen.

い-adjectieven

おもしろい

な-adjectieven

好き

naamwoorden + です

学生

13.3 ~そうです

そうです: “Het lijkt zo dat …”, “Het ziet er naar uit dat…”

Voor い-adjectieven laat de laatste い weg en bij な-adjectieven laat de な weg.  いい wordt よさ(そう).

このりんごはおいしそうです

Deze appel ziet er lekker uit.

あしたは天気がよさそうです

Het ziet er naar uit dat het weer morgen goed zal zijn.

メアリーさんは元気そうでした

Het leek er op dat Marie ok was.

い-adjectieven

おいしい

おいしそうです

uitzondering

いい

よさそうです

な-adjectieven

元気(な)

元気そうです

Je kan そうです ook gebruiken met negatieve werkwoorden.  ~ない wordt dan ~なさ voor そう.

この本は難しくなそうです

Dit boek ziet er niet moeilijk uit.

ともこさんはテニスが上手じゃなさそうです

Het ziet er niet naar uit dat Tom goed is in tennis.

Je kan そう als な-adjectief gebruiken om een naamwoord te bepalen.

暖かそうセーターを着ています。

ze draagt een warmlijkende sweater.

13.4 ~てみる

~てみる: Iets uitproberen, iets doen en zien wat het geeft.

漢字がわからなかったので、日本の友だちに聞いてみました

Ik wist de kanji niet dus ik probeerde het te vragen aan een vriend.

友だちの店のケーキはおいしいと言っていましたから、

今度食べてみました

Mijn vrienden zeggen dat de keek in de winkel goed is.

Ik zal binnenkort eens proberen (te eten). (en zien of het echt zo goed is)

13.5 なら

ブラジルに行ったことがありますか。

Ben je ooit naar Brazilië geweest?

チリなら行ったことがありますが、

ブラジルは行ったことがありません。

Ik ben wel in Chili geweest,

maar nooit naar Brazilië.

日本語がわかりますか。

Begrijp je Japans?

ひらがなならわかります。

Enkel hiragana begrijp ik.

13.6 一週間に三回

Het beschrijven van een frequentie.

(periode)に (frequentie)        (frequentie) per (periode)

私は一週間に三回髪を洗います。

Ik was mijn haren 3 keer per week.

私は一ヶ月に一回家族に電話をかけます。

Ik bel mijn gezin 1 keer per maand.

父は一年に二回旅行します。

Mijn vader doet een reis 2 keer per jaar.

Hoofdstuk 14

14.1 ほしい

ほしい betekent (iets) willen.  Het is een い-adjectief. Het partikel が wordt gebruikt met positieve en negatieve werkwoorden.  Het partikel は wordt ook gebruikt met negatieve werkwoorden.

いい漢字の辞書ほしいです。

Ik wil een goed kanjiwoordenboek.

子供の時、ゴジラのおもちゃほしかったです。

In mijn kindertijd wou ik een Godzillaspeeltje.

お金おまりほしくないです。

Ik wil niet veel geld.

(私は) X が ほうしい

Ik wil X

ほうしい wordt vooral in eerste persoon gebruikt.

Je kan andere mensen citeren:

ロバートさんはパソコンがほしいと言っています

Robert zegt dat hij een computer wil.

Je kan duidelijk maken dat je alleen maar aan het gissen bent:

きょうこさんはクラシックのCDがほしくないでしょう

Kyoko wil waarschijnlijk geen klassieke muziek-cd.

Je kan zeggen dat je gemerkt hebt dat iemand iets wil:

ともこさんは英語を習いたがっています

(Ik heb begrepen dat) Tomoko Engels wil studeren.

ほしい heeft ook een godan werkwoordvorm ほしがる.  ほしがっている om een observatie te omschrijven die de spreken momenteel correct acht.

トムさんは友だちをほしがっています

(Ik heb begrepen dat) Tom een vriend wil.

14.2 ~かもしれません

かもしれません wordt voorafgegaan door positieve en negatieve tegenwoordige en verleden werkwoorden.  Het omschrijft een mogelijkheid.  Als je niet zeker bent maar wel wil gissen.

あしたは雨が降るかもしれません

Het kan morgen regenen.

田中さんより、鈴木さんのほうが背が高いかもしれません

Suzuki is waarschijnlijk groter dan Tanaka.

あしたは天気がよくないかもしれません

Hier weer is morgen mogelijk niet goed.

トムさんは、子供の時、いじわるだったかもしれません

Tom was misschien gemeen in zijn kindertijd.

かもしれません komt meteen na een naamwoord of な-adjectief zonder だ.

トムさんはカナダ人だ。

Tom is een Canadees.

トムさんはカナダ人かもしれません

Tom is misschien een Canadees.

山田先生は犬がきらいだ。

Professor Yamashita heeft niet graag honden.

山田先生は犬がきらいかもしれません

Het is mogelijk dat Professor Yamashita niet graag honden heeft.

Tegenwoordige tijd, positief:

werkwoorden

行く

かもしれません

い-adjectieven

寒い

かもしれません

な-adjectieven

元気

かもしれません

naamwoorden + です

学生

かもしれません

14.3 あげる / くれる / もらう

2 werkwoorden voor geven: あげる en くれる

Ik

Jij

Anderen

Van het centrum weg geven is あげる:

Naar het centrum toe geven is くれる:

Beide geven-werkwoorden あげる en くれる geven het partikel は of が aan de gever en het partikel に aan de ontvanger.

その女の人花をあげます

Ik zal die vrouw bloemen geven.

その女の人男の人時計をあげました

De vrouw gaf de man een horloge.

両親(私)新しい車をくれるかもしれません。

Mijn ouders geven mogelijks (aan mij) een nieuwe auto.

(gever)は of が

(ontvanger)に

あげる

くれる

(Gever) geeft aan (ontvanger).

Je kan くれる (geven) ook omdraaien met もらう (ontvangen).  De ontvanger krijgt dan partikel は of が en de gever krijgt dan partikel に of から.

古い辞書をもらいました

から古い辞書をもらいました

Ik kreeg een oud woordenboek van mijn oudere zus.

(ontvanger)は of が

(gever)に of から

もらう

(Ontvanger) krijgt van (gever).

Dezelfde zin maar omgedraaid:

古い辞書をくれました

Mijn oudere zus gaf me een oud woordenboek.

14.4 ~たらどうですか

たらどうですか wordt gebruikt om advies te geven.  De た vooraan staat voor de verleden korte vorm van een werkwoord.  In informele conversaties kan たらどうですか verkort worden tot たらどう of たら.

もっと勉強したらどうですか

Waarom studeer je niet harder?

薬を飲んらどうですか

Wat dacht je van medicijnen nemen?

たらどうですか komt erg bot over als je het gebruikt zonder dat je advies gevraagd werd.

Een uitnodiging gebeurt met ませんか en niet met たらどうですか.

うちに来ませんか。

Waarom kom je niet naar mij thuis?

14.5 Nummer + も / nummer + しか + negatief

Basisstructuur om aantallen uit te drukken:

naamwoord

+ nummer

私のうちには猫が三匹います。

Er zijn 3 katten in mijn huis.

かさを三本買いました。

We kochten 3 paraplu’s.

Je kan も toevoegen aan het nummer om te zeggen “zoveel als”

私の母は猫を三匹買っています。

Mijn moeder houdt wel 3 katten!

きのうのパーティーには学生が二十人来ました

Er gingen wel 20 studenten naar het feestje gisteren!

Je kan しか gebruiken om aan te geven dat het aantal niet veel is.  “Zo weinig als” of “alleen maar” of “enkel”. Het werkwoord wordt dan negatief.

私は日本語の辞書を一冊しか持っていません。

Ik heb enkel 1 Japans woordenboek.

この会社にはパソコンが二台しかありません。

Er zijn enkel 2 computers in dit bedrijf.

Hoofdstuk 15

15.1 Volutionalis

De volutionalis is een minder beleefde vorm van ましょう gebruikt in informele conversaties.

Ichidan werkwoorden:

ichidan -iru en -eru

食べる

食べよう

Godan werkwoorden:

godan-ku

行く

行こう

godan-su

話す

話そう

godan-u

買う

買おう

godan-gu

泳ぐ

泳ごう

godan-bu

遊ぶ

遊ぼう

godan-tsu

待つ

待とう

godan-mu

読む

読もう

godan-nu

死ぬ

死のう

godan-ru

取る

取ろう

Onregelmatig:

くる

こよう

する

しよう

あしたは授業がないから、今晩、どこかに食べに行こう

Er zijn morgen geen lessen.  Laten we ergens naartoe gaan om avondmaal te eten.

結婚しようよ。

He, laten we trouwen!

Het vraagpartikel か kan gebruikt worden om een mening te vragen of een suggestie te doen.

伝おう

Zal ik je helpen?

友だちがおもしろいと言っていたから、この映画を見よう

Zullen we deze film zien?  Omdat mijn vrienden zeggen dat het goed is.

今度、いつ会おう

Wanneer ontmoeten we de volgende keer?

15.2 Volutionalis + と思っています

De volutional + と思っています wordt gebruikt om beslissingen aan te geven.

毎日三時間日本語を勉強しようと思っています

Ik heb besloten dat ik elke dag 3 uur Japans ga studeren.

Ik ga elke dag 3 uur Japans studeren.

Volutional + と思います suggereert dat je het zonet beslist hebt en と思っています sugereert dat je de beslissing al genomen had.

Onmiddellijke beslissing ter plaatse:

一万円あげましょう。何に使いますか。

Ik zal je 10.000 yen geven.  Waarvoor ga je het gebruiken?

漢字の辞書を買おうと思っています

Ik ga er een kanjiwoordenboek mee kopen. (Dat heb ik nu beslist.)

Een beslissing die al genomen was:

両親から一万円もらったんですか。何に使うんですか。

Je kreeg 10.000 yen van je ouders?  Waarvoor ga je het gebruiken?

漢字の辞書を買おうと思っています

Ik ga er een kanjiwoordenboek mee kopen. (En dat had ik ervoor al beslist.)

と思います of と思っています:

日本の会社で働こうと思います

Ik wil voor een Japans bedrijf werken.

Ik heb de intentie om voor een Japans bedrijf te werken.

日本の会社で働くと思います

Ik denk dat ik voor een Japans bedrijf zal werken.

Ik denk dat zij voor een Japans bedrijf zullen werken.

15.3 ~ておく

De te-vorm gevolgd door おく beschrijft een actie die gedaan wordt ter voorbereiding van iets.  In gesproken taal wordt とおく soms iets korter とく.

あした試験があるので、今晩勉強しておきます

Omdat er morgen een examen zal zijn zal ik (als voorbereiding er voor) studeren.

友だちが来るから、部屋を掃除しておくなきゃいけません。

Omdat mijn vrienden komen moet ik (ter  voorbereiding) mijn kamer opruimen.

ホテルを予約しとくね。

Ik zal op voorhand een hotelreservatie doen.

15.4 Zinnen gebruiken om naamwoorden te bepalen

In de zin おもしろい本 bepaalt おもしろい het naamwoord ほん.  Je kan ook een volledige zin gebruiken om ほん te bepalen:

bepalende zin

naamwoord

きのう買った

het boek dat ik gisteren kocht

彼がくるて

het boek dat mijn vaste vriend me gaf

つくえの上にある

het boek dat op de tafel is (ligt)

日本で買えない

het boek dat je in Japan niet kan kopen

Werkwoorden in de bepalende zin komen voor in korte vorm en degene die de activiteit uitvoert in een bepalende zin krijgt het partikel が in plaats van は.

これは去年の誕生日に彼女がくれた本です。

Dit is het boek dat mijn vaste vriendin me gaf op mijn verjaardag verleden jaar.

父が村上春樹が書いた本をくれました。

Mijn vader gaf me een boek dat Haruki Murakami schreef.

私が一番感動した映画は「生きる」です。

De film die mij het meest geraakt heeft is “Leven”.